39 Inspirerende Spreekwoorden over Werken

Ben je op zoek naar mooie spreekwoorden over werken voor bijvoorbeeld een tekstje of een speech? Dan ben je hier op het juiste adres. Wij hebben de 39 mooiste werken spreekwoorden voor je verzameld. Veel inspiratie toegewenst!

Werken spreekwoorden

  • Alle hens aan dek.
    Iedereen moet meewerken.
  • De puntjes op de i zetten.
    De laatste details toevoegen of heel precies werken.
  • Ergens geen brood in zien.
    Niet denken dat iets kan werken.
  • Iemand in de wielen rijden.
    Iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat.
  • Iemand in het gareel slaan.
    Iemand dwingen voor je te werken.
  • Om den brode doen.
    Alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is.
  • Werken als een paard.
    Zeer hard werken.
  • Zich uit de naad werken.
    Hard werken.
  • Zijn schaapjes op het droge hebben.
    De zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken.
  • De gebraden duiven vliegen niemand in de mond.
    Iemand die luxe wil, zal daarvoor moeten werken.
  • De laatste loodjes wegen het zwaarst.
    Aan het eind van de klus wordt het werken het meest moeilijk; de dingen op het einde van een karwei zijn het vermoeiendst.
  • Gedeelde smart is halve smart.
    Als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken; door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen.
  • Aan een kwade ram gekoppeld zijn.
    Samen moeten werken met iemand die je niet mag.
  • Bij eigen zin is geen gewin.
    Als je steeds je eigen zin wilt doordrijven dan zal dat uiteindelijk tegen je gaan werken.
  • Dat is hem niet met de oostenwind aangewaaid.
    Daar heeft hij hard voor moeten werken of studeren.
  • Om den brode doen.
    Alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is.
  • Kleine houwen vellen grote eiken.
    Als je maar rustig blijft doorwerken komt het karwei uiteindelijk af.
  • Aan de slag gaan.
    Beginnen te werken, starten.
  • In goede dorpen zijn/geraken.
    Zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken.
  • Zich het rambam werken.
    Zich uit de naad werken.
  • Zijn ellebogen gebruiken.
    Zich ten koste van anderen opwerken.
  • Zich een strop om de hals halen.
    Zich in de problemen werken.
  • Ze werken elkaar in de hand.
    Ze helpen elkaar door het werken.
  • Haastige spoed is zelden goed.
    Zaken in te hoog tempo afwerken vergroot de kans op fouten.
  • Een wigge drijven tussen.
    Een splitsing of misverstand bewerken.
  • Herodes en pilatus zijn verzoend.
    Twee voormalige vijanden werken nu samen voor een belangrijke zaak.
  • Iemand de voet dwars zetten.
    Tegenwerken.
  • In de contramine zijn.
    Tegenwerken.
  • Arbeiden als een galeislaaf.
    Erg hard werken.
  • Werken als een ploegpaard.
    Heel erg hard werken.
  • Je het apelazarus werken.
    Heel hard werken.
  • Werken op zijn zeven gemakken.
    Heel rustig en ontspannen werken.
  • De laatste loodjes wegen het zwaarst.
    Het afwerken is vaak het lastigst.
  • Hij heeft zijn handen zaligheid beloofd.
    Hij wil niet werken.
  • De gebraden duiven vliegen niemand in de mond.
    Iemand die luxe wil zal er voor moeten werken.
  • Het geld groeit me niet op mijn rug.
    Ik kan niet gemakkelijk geld uitgeven want ik moet er hard voor werken en heb niet zoveel.
  • Ik ben sinterklaas niet.
    Ik moet ook hard werken voor de koste en geef dus niet zomaar alles weg.
  • De handen ineen slaan.
    Samenwerken.
  • Iemands trots in te spelen.
    Op iemands gemoed werken.