45 Inspirerende Spreekwoorden over Geluk

Ben je op zoek naar mooie spreekwoorden over geluk voor bijvoorbeeld een tekstje of een speech? Dan ben je hier op het juiste adres. Wij hebben de 45 mooiste geluk spreekwoorden voor je verzameld. Veel inspiratie toegewenst!

Geluk spreekwoorden

  • De wereld in een doosje hebben.
    Tevreden en gelukkig zijn met wat je hebt.
  • Er zonder kleerscheuren afkomen.
    Helemaal niets mankeren na een ongeluk.
  • In de wolken zijn.
    Erg blij en gelukkig zijn.
  • Onder een gelukkig gesternte geboren zijn.
    Altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn.
  • Op rozen zitten.
    Erg gelukkig zijn en goed hebben.
  • Tussen wal en schip geraken.
    Iets raakt per ongeluk verloren of zoek.
  • Beter hard geblazen dan de mond gebrand.
    Het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid een ongeluk gebeurt/iets fout gaat.
  • Een ongeluk zit in een klein hoekje.
    Door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren.
  • Geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt.
    Gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen.
  • Mooie liedjes duren niet lang.
    Geluk is van korte duur.
  • Als het kalf verdronken is, dempt men de put.
    Als het ongeluk gebeurd is, helpt het niet meer voorzorgen te nemen betekent ook: men neemt pas maatregelen als het te laat is.
  • Beter een ons geluk dan een pond wijsheid.
    Je hebt in het leven ook geluk nodig.
  • Dat is meer geluk dan wijsheid.
    Dat was geluk hebben.
  • Dat valt op een gansje.
    Dat is een gelukje.
  • Als de maan vol is schijnt ze overal.
    Als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien.
  • Scherven brengen geluk.
    Als je iets per ongeluk) laat vallen dan krijg je later geluk.
  • Onder een gelukkig gesternte geboren zijn.
    Altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn.
  • Geen rozen zonder doornen.
    Bij het geluk hoort ook een beetje tegenslag.
  • Dat was op het nippertje.
    Dat is maar net gelukt.
  • Een ongeluk begaan.
    Zodanig kwaad zijn dat er `n ongeluk van komt.
  • Met zijn hoofd in de wolken.
    Zo gelukkig, blij zijn dat je niet goed oplet.
  • Kip, ik heb je.
    Ziezo, dat is gelukt / ik heb je te pakken!.
  • Naar de kelder gaan.
    Verongelukken en met een schip: zinken.
  • De handen dicht mogen knijpen.
    Van geluk mogen spreken.
  • Rozengeur en maneschijn.
    Totaal geluk.
  • Een ongeluk zit in een klein hoekje.
    Door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren.
  • Voorkomen is beter dan genezen.
    Door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen.
  • Zijn heil elders zoeken.
    Elders zijn geluk proberen te vinden.
  • Het leven is een ons vreugde en een pond verdriet.
    Er zijn veel vervelende en trieste dingen in het leven en maar weinig gelukkige momenten.
  • In de wolken zijn.
    Erg blij en gelukkig zijn.
  • Huizenhoog springen.
    Erg gelukkig zijn.
  • Op rozen zitten.
    Erg gelukkig zijn en goed hebben.
  • Zijn handen dichtknijpen.
    Erg veel geluk hebben.
  • Mooie liedjes duren niet lang.
    Geluk is van korte duur.
  • Het geluk ligt in een klein hoekje.
    Geluk komt onverwachts.
  • Geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt.
    Gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen.
  • Ruim zijn aandeel in ’s werelds lief en leed gehad hebben.
    Genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben.
  • Het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje.
    Het leven is niet een en al geluk maar kent soms ook tegenslag.
  • Hij is onder een gelukkig gesternte geboren.
    Hij heeft vaak geluk.
  • Het gaat hem/haar voor de wind.
    Hij/zij heeft geluk.
  • Guus geluk.
    Iemand die altijd geluk heeft.
  • Tussen de wal en het schip geraken.
    In de knel komen, iets raakt per ongeluk verloren of zoek.
  • Op de bonnefooi/bof.
    Op goed geluk.
  • Op de rooi af.
    Op goed geluk geschat.
  • Op goed af spelen.
    Op goed geluk spelen.